| Interview Golfbusiness okt. 2011 |
|
In de oktober uitgave van Golfbusiness is een interview geplaatst met de voorzitter van het DGTF Education Centre, Edward Verstraten, waarin wordt gesproken over de positie van de DGTF in de Nederlandse en Europese golfwereld en de visie van de DGTF voor de komende jaren wordt onderstreept. Golfbusiness is het officiële magazine van de Nederlandse Vereniging van Golfaccommodaties (NVG). Golfbusiness is bedoeld voor iedereen die, in de breedst mogelijke zin, actief is bij het exploiteren en onderhouden van een golfaccommodatie. Tot het lezerspubliek van Golfbusiness behoren de leden van de NVG, het management en bestuur van golfbanen, hoofdgreenkeepers, hoofdprofessionals, leveranciers en besturen van de brancheorganisaties NVG, NGF en NGA. Lees het volledige interview hieronder:
Underdog in golf-pro onderwijs blijft aankloppen De Dutch Golf Teachers Federation (DGTF) is de 'andere' organisatie die sedert 1999 studenten tot golfprofessionals opleidt. 'Less is more' is een van de devie- zen van manager Edward Verstraten. De organisatie, die deel uitmaakt van de World Golf Teachers Federation, vierde in juli dit jaar haar tweede lustrum. Volgens Verstraten telt zijn organisatie circa 175 vaste leden. Hiervan verdienen er 120 hun brood op de golfbaan. Zo'n 7 procent van de golfers wordt door een DGTF-golfprofessionals opgeleid voor het GVB.
In Nederland willen we maar al te graag dat we náást het reguliere onderwijs onze kinderen naar verschillende soorten scholen kunnen sturen. “Waarom zouden we bij de scholing van pro’s niet hetzelfde principe willen hanteren?” Volgens Verstraten wordt de DGTF-wijze van lesgeven nog steeds niet geaccepteerd bij de ‘gevestigde orde’. Hij doelt hiermee op de NGF, die van oudsher een samenwerking heeft met de PGA. Vanwege de historische banden is PGA Nederland nauwer verbonden aan toernooien en is ook de samenwerking tussen de NVG en de PGA intensiever dan met zijn organisatie. Niet gemakkelijk De energieke Verstraten, met overtuigingskracht in zijn niet aflatende woordenstroom blijft aanklop- pen bij de gevestigde orde in de golfbranche. Maar helaas het is niet gemakkelijk daar een voet tussen de deur te krijgen. Verstraten: “Tot 2006 nam de NGF nog geen GVB-aanvragen in behandeling als er een handtekening van een DGTF-pro onder stond. Die moest speciaal worden aangevraagd bij een PGA-pro. Ook moest een A status-baan een PGA-pro in dienst hebben, terwijl zoiets niets uitstaande heeft met de baankwaliteit. Deze rechtsongelijkheden hebben we na vier jaar procederen met succes aangevochten bij Raad van State. Sedertdien veranderde er veel, maar ik constateer thans ontwikkelingen die op pogingen van de golffederatie duiden onze organisatie en onze circa 120 professionals die op golfbanen hun brood verdienen wederom buiten te sluiten.” Ook onze opleidingen worden gemonitord en ook wij investeren in de geavanceerde software kwaliteit sport structuur. Diversiteit gewenst Verstraten benadrukt dat de concurrerende golfproschool, PGA Nederland, buiten kijf goed is en uitstekende golfleraren aflevert. “Maar ik pleit voor laagdrempeligheid omwille van de golfsport en daarmee voor diversiteit. De moderne golfer móét kunnen kiezen en dat geldt ook voor de golfaccommodatie. Verstraten wens is met de DGTF in te spelen op de trends en ontwikkelingen onder golfers. Eén daarvan was het behalen van het ‘GVB in een paar dagen’. Dit concept geldt in sommige kringen in de golfwereld nog steeds als zeer omstreden. Verstraten: “De DGTF wil niet vastroesten, maar wil aansluiting blijven vinden bij de dagelijkse realiteit, zoals een ‘op maat gesneden onderwijs voor golfers’. Tenslotte slaat het grootste deel van de golfers van tegenwoordig slechts af en toe een balletje bij wijze van recreatie en amusement. Echtgenoten van gepensioneerde golfers maak je niet blij om te eisen zich te verdiepen in spelregels teneinde hun GVB te kunnen halen. Ik heb tranen gezien! En ook recreanten zitten niet te wachten op een lange GVB-cursus met lesstof die ze niet relevant achten. Dat maakt de drempel te hoog. In het buitenland snapte men dit al eerder: in Frankrijk mag je bijvoorbeeld altijd al golfen na drie of vier lessen. Die kwaliteit waar de gevestigde orde op insteekt zie ik als een vorm van tunnelvisie, die uiteindelijk ten koste gaat van de golfers en daarmee van golfaccommodaties.” Overkwalificering? Senior golfinstructeur Marco van Maaren schuift aan bij ons gesprek. Hij geeft sinds 2005 les aan de DGTF-leden, maar is tevens aangesloten bij de PGA. Vanuit die achtergrond kan hij het verschil tussen de manieren van lesgeven en de doelgroepen van de PGA en de DGTF als geen ander weergeven. Van Maaren: “Je moet dat zo zien: de DGTF leidt geen jonge ‘studenten’ op om hen een vak bij te brengen, maar richt zich veel meer op de wat rijpere cursisten, mensen die bijvoorbeeld in de zakenwereld al een aantal competenties verworven heeft en de ambitie heeft om hun golfpro status te behalen. De PGA heeft de insteek om studenten aan een soort managementdiploma te helpen teneinde hen specialisten te maken die zich naast lesgeven richten op clinics, baanma- nagement, marketing en legio andere specifieke zaken. Je kunt je afvragen of dat geen overkwalifi- cering is. Tijdens hun opleiding wordt er namelijk zelfs impliciet aandacht besteed aan bloedplaatjes, spiergroepen en het omgaan met Excelsheets.” Verstraten vult aan: “Onze insteek is de opleiding breed te houden. Zodat een golfbaandirecteur zijn golf-pro status kan halen om daardoor beter en gerichter golfpro’s op zijn baan aan te stellen of ze aan te sturen. Zo kan ook een clubfitter zijn voordeel kan doen met onze opleiding.” Less is more ‘Op maat gesneden onderwijs’ is dus het credo bij de benadering van de studenten die de DGTF- studenten opleidt. Verstraten heeft de lessyllabus meegenomen, slaat hem open en wijst naar de pictogrammen van verschillende types mensen: de voeler, de observeerder, de denker, de doener en noem maar op. “Wij inventariseren allereerst de verworven competenties en kwaliteiten van onze golf-pro’s in spe. Daar stemmen we vervolgens de lesbenadering op af. Wij gaan daarbij uit van het principe ‘less is more’: de ene student heeft minder lesstof en begeleiding nodig dan de andere student om tot een soortgelijk resultaat te komen. Laat ik dat met het volgende voorbeeld duidelijk maken. Ooit hadden we een militair als student die handicap 7 had en gecertificeerd golfleraar wilde worden. Op het gebied van drillen en didactiek hoefden we deze man niets meer bij te brengen. Daarentegen was wél nodig om competenties te ontwikkelen rond speltechniek en sociale vaardigheden.” Opleidingsaspecten Verstraten benadrukt dat de DGTF onderwijstech- nisch uiterst professioneel met de kandidaten omgaat: “Onze basisopleiding, Level I & II duurt anderhalf jaar en wordt in groepen van 8-12 mensen in Portugal of Frankrijk gegeven en start zo’n driemaal per jaar. We spreken hier over de opleidingen Assistant Golf Teaching Professional. We trekken in deze initiële fase er bijvoorbeeld een hele week voor uit om goed zicht te krijgen op de competenties van de kandidaten en bepalen welke additioneel te volgens cursussen noodzake- lijk zijn, bijvoorbeeld buiten de DGTF om in deeltijd elders. De uitstroom krijgt op Level III (Certified Teaching Professional) te maken met onder meer de playability check (driemaal score stroke play maximaal 83) clubfitting en bedrijf- hulpverlening. Sommige aspecten programmeren we in de opleidingen chronologisch anders dan onze concurrent. GVB-exameneisen bijvoorbeeld krijgen in Level I & II geen prioriteit; dat gebeurt pas in de vervolgopleidingen. In deze fasen krijgen daarentegen kennisoverdracht en communicatietechnieken voorrang. In de opleiding tot Master Teaching Professional, fase IV, is er plaats voor onderricht in golfbaanmanagement. Daar komt ook het groene gedeelte van de baan aan de orde. En ten slotte wordt in een level V de cursisten lesgeven in spiegelbeeld bijgebracht.” Leuke spelervaring Van Maaren vervolgt: “De DGTF leert de studenten vooral om de speler een goede en vooral leuke spelervaring te bezorgen. Een golfleerling heeft weinig aan een pro met een boel credentials, maar heeft veel meer behoefte aan een gedreven golfpro, die goed les geeft, begrip voor hem kan opbrengen en met zijn tijd meegaat. Naast het leren lesgeven in spel en techniek moet de pro in spe zich bij ons optimaal kunnen richten op de klant en er het maximale uit kunnen halen. Dat is niet eenvoudig, want iedere klant heeft een andere persoonlijkheid en zal dus op zijn of haar eigen manier het meeste opsteken van een les. Wij brengen onze golfpro’s bij hoe ze zowel met introverte als met extroverte golfers om moeten gaan. Bij ons is de centrale vraag: ‘Hoe laat je een klant het snelst iets oppikken?’ Daar moet een pro achter zien te komen en die kennis moet hij in lesstappen omzetten.” Ondernemers Leidt de DGTF haar studenten dan alleen maar op voor de speltechniek en de fun? Hoe diep gaat de opleiding eigenlijk? “Ook de DGTF leert aan een pro om een eigen bedrijf te starten”, verduidelijkt Van Maaren “DGTF-studenten, die vaak afkomstig uit het bedrijfsleven, hoef je vaak niets meer bij te brengen om hun eigen ‘toko’, te exploiteren, maar toch komt het onderwerp ondernemen ruimschoots aan bod in de opleiding. Business creëren is namelijk key voor een pro. Onze studenten krijgen vooral praktijktips, zoals op het gebied van adverteren, de proactieve benadering van potentiële klanten en op het gebied van software. Bij dat laatste bespreken we de verschillende beheerprogramma’s, onderwijs ondersteunende software en spelervolgsystemen. Op deze manier laten we de studenten aan alle facetten uit de praktijk snuffelen, maar ze maken zelf uit waarover ze meer willen weten en waarin ze zich zelfstandig verder kunnen verdiepen.” Stageplaatsen “Wij moedigen onze studenten aan om tijdens het stagelopen direct met lesgeven aan de slag te gaan en te proberen geld te gaan verdienen”, vervolgt Van Maaren. “Zoiets is bij de PGA taboe.” Verstraten vult daarop aan: “Wij trekken als studenten het type ‘ondernemer’ aan. Deze mensen zouden bij de PGA ‘te oud’ worden gevonden om een opleiding tot golfpro te volgen. Wij zien juist een meerwaarde in hun gemiddeld hogere leeftijd. Hun levenservaring maakt hen tot een betere golfprofessional dan iemand die als een groentje uit de schoolbank komt rollen. Maar helaas is het zoals één van onze 175 aangesloten leden golfpro’s dat uitdrukte: De DGTF is een loper om bij een golfaccommodatie binnen te komen, maar de PGA vormt de sleutel. En dat zie ik niet meer van deze tijd!” Auteur: Karlijn Raats / Broer de Boer (Golfbusiness okt. 2011) |




De Dutch Golf Teachers Federation (DGTF) is de 'andere' organisatie die sedert 1999 studenten tot golfprofessionals opleidt. 'Less is more' is een van de devie- zen van manager Edward Verstraten. De organisatie, die deel uitmaakt van de World Golf Teachers Federation, vierde in juli dit jaar haar tweede lustrum. Volgens Verstraten telt zijn organisatie circa 175 vaste leden. Hiervan verdienen er 120 hun brood op de golfbaan. Zo'n 7 procent van de golfers wordt door een DGTF-golfprofessionals opgeleid voor het GVB.
